Wasmachine

Ik kocht een wasmachine. Een nieuwe. De oude die ik maanden voor mijn verhuizing al 5e hands had aangeschaft, heb ik aan mijn zus gegeven. Haar wasmachine had het opgegeven, die van mij stond nog steeds in de opslag. Elke week stapte ik met mijn wasmand vol vieze was naar mijn moeder om het enkele dagen later weer schoon en opgevouwen op te halen. Mijn moeder wilde graag nog mijn was blijven doen, aan de ene kant omdat ze vindt dat ik in korte tijd al zo veel heb geleerd en moet doen dat ze dit nog graag wil blijven doen, en aan de andere kant zodat ze weet dat mijn kleren daadwerkelijk gewassen worden. De handelingen die nodig zijn tot het wassen van kleren heb ik onder de knie, daar ligt het niet aan. 

Alles wat ik voor mezelf moet doen kost mij enorm veel moeite. Niet de handeling zelf, maar het ook echt gaan doen. Denk hierbij aan douchen, eten, naar de wc gaan (zo erg dat ik er een blaasontsteking door krijg) maar ook lege blikjes ice tea en zakken chips weg gooien. En zo ook  de was doen. Ik ben mij ervan bewust dat ik dit moeilijk vind en wil daarom de randvoorwaarden zo goed mogelijk hebben. 

Ik kocht een wasmachine. Een nieuwe in een winkel. Natuurlijk ging ik de deur uit met een duurde wasmachine dan ik in gedachten had. Dat het een nieuwe is, is hierin heel belangrijk. Zo weet ik zeker dat het een goede wasmachine is, dat er nog niemand eerder zijn vieze onderbroeken in gewassen heeft. Vooral geeft het mij de rust dat ik er de komende jaren geen gedoe mee heb. Er zit immers 7 jaar garantie bij. 

Zo kocht ik bijvoorbeeld ook goed bestek, goede messen, goed keukengerei en goede pannen. Dat was echt heel belangrijk voor mij. Met pannen van de action zou het mij nooit lukken om goed voor mezelf te zorgen. Ik woon hier nu 4 maanden en ik denk dat ik hier nog géén vijf keer heb gekookt. En toch geeft het mij rust dat de randvoorwaarden goed zijn. In mijn hoofd is Brabantia het beste merk. Ik denk omdat mijn oma er menig attribuut van had, en ik mijn oma als ultieme huisvrouw voor mij zag. Iets waar ik bij lange na nog niet ben. Telkens wanneer ik mijn keukenla opentrek geniet ik ervan dat mijn keukengerei van Brabantia is. En dat terwijl ik de la enkel open maak om een schaar te pakken, omdat ik mijn Lollie niet open krijg. 

Mijn wasmachine is binnen, het is een nieuwe van een goed merk. Je zou nu denken dat ik tevreden ben. Maar de onrust die het met zich mee brengt (want ja, dit zijn de dingen waar ik door wakker lig in de nacht) is nog lang niet over. Ik heb namelijk nog niks om mijn natte was op uit te hangen. Meteen wist ik dat ik er een van Brabantia wilde, nee moest, hebben. Na een korte internet zoektocht (waar ik inmiddels pro in ben) vond ik het droogrek van mijn dromen.  Deze moest ik hebben.  en dan natuurlijk ook deze voor aan de deur. Mijn moeder raadde mij dat af, dat beschadigd de deur. Goed geïnformeerd en met lichtelijke trots kon ik vertellen dat deze van Brabantia (integenstelling tot die van haar van de de action) geen schade brengt aan je deur.

Toen ik aan een van mijn begeleiders vertelde  dat ik 100 euro aan een droogrek wilde uitgeven. (even voor je beeld, ik heb 80 euro per week te besteden)  lachte ze mij vierkant uit. “dat ga je toch niet echt doen, Zjos?” Lachend antwoordde ik “natuurlijk niet, of wel. Dat weet je nooit bij mij” 

Ik ga morgen denk ik maar weer met mijn wasmand naar mijn moeder. Want bij haar vind ik het geen probleem als mijn was word uitgehangen op een wasrek van de action. Want mijn moeder heeft geen randvoorwaarden nodig.

Fijn leven!

PS. ja zo werkt mijn hoofd echt, dit is geen verkoop praatje voor Brabantia.

 

Advertenties

Blue Monday

Maandag 21 Januari is het weer zo ver Blue Monday. De dag die Cliff Arnall een naam gegeven heeft. Omdat hij een -volgens hem correcte, maar daar wisselen de meningen over- wetenschappelijk verantwoorde formule waaruit zou blijken dat de maandag van de laatste volle week van januari de dag is waarop de meeste mensen zich treurig, neerslachtig of weemoedig voelen. Dit zou te maken hebben met het feit dat al onze goede voornemens mislukt zijn en de vakanties ver weg lijken. Daarnaast zijn de dagen nog donker en is de maandag voor veel mensen de eerste dag van de werkweek. 

Ik heb niet veel met “feestdagen”.  Kerst kan wat mij betreft afgeschaft worden, ik heb werkelijk geen idee wat pasen inhoudt. Valentijnsdag kan wat mij betreft samen met Helloween terug naar Amerika. Met Blue Monday heb ik meer. Niet met de altijd “leuk inhakende” reclames waarvan ik jeuk krijg, of de vakantie aanbiedingen die ik toch niet kan betalen. Ik heb niks met een gala, hoe goed bedoeld ook en ik geloof ook al niet dat iedereen op dezelfde dag het ongelukkigst is. Waarom ik dan wel wat met Blue Monday heb?

Op 20 Januari 2014, Blue Monday, kreeg ik te horen dat ik een depressie heb. Één week later kwamen mijn diagnoses adhd en autisme erbij. Het moment dat ik mijn diagnoses kreeg is een harde lijn in mijn leven. Toen dacht ik zelfs de hardste lijn ooit. Toen ik nog normaal was, en erna. Later bleek deze lijn in het niet te vallen bij de breuk die 9 maanden later kwam. De dood van mijn broer. Toen het leven nog normaal was, en erna. Niet lang na mijn diagnoses was mijn depressie diep genoeg om vrij gesteld te worden van leerplicht. Ik stopte met mijn opleiding, maakte enkel de voorstelling waarvan we nog midden in het repetitie proces waren af en viel in een gat. Wat erna gebeurde is bekend, mijn broer ging dood, depressie werd daar niet minder van, ik klom er weer een beetje uit, zakte weer diep weg, klom er redelijk goed en en nu zijn we hier. Vijf jaar later. 

Maandag 21 januari is het zover. Mijn Houten jubileum met Blue Monday. Want al is de depressie niet altijd even aanwezig, hij is er wel. In deze donkere dagen, alleen in mijn huis waarvan ik nog moet uitvinden hoe je voor je zelf moet zorgen. Dit jaar is er wel een verschil. De andere jaren verlangde ik op Blue Monday naar een normaal leven, een hoofd zonder mankementen en storingen. Dit jaar verlang ik nergens naar. Ik weet dat mijn hoofd mankementen en storingen heeft af en toe, maar dat is oké. Ik heb namelijk nog altijd een leuke persoonlijkheid. En dat kun je lang niet over iedereen zeggen. 

Vorig jaar vierde ik Blue monday met een een puddingbroodje. Met een houten jubileum moet je het wat groter aanpakken, dus dit jaar ga ik voor twee puddingbroodjes. 

Fijn leven!

ps. Natuurlijk sta ik open voor leuk inhakende reclames van reisbureaus die mij naar een zonnige plek willen sturen. 

2018, ik hou van je.

Als er een wedstrijd gehouden wordt van wie 2018 echt het jaar was. Win ik deze met twee vingers in mijn neus. Terwijl ik niet dacht dat mijn leven überhaupt nog leuk kon worden.

Eind 2017 was ik weer in een diepe depressie gegleden, had geen perspectief op een toekomst. En was er van overtuigt dat mijn leven al gepiekt had toen ik een jaar of 15 was. Ik probeerde mij er bij neer te leggen dat mijn leven zou bestaan uit middag dutjes, medicijnen, en jaloezie op iedereen die iets met zijn of haar leven doet. Een nieuw jaar begint vaak met nieuwe voornemens. Ik heb daar nooit aan mee gedaan, wetende dat ik mij er toch niet aan zou kunnen houden om te stoppen met roken, of nog erger: te beginnen met sporten.

Omdat voornemens niet haalbaar hoeven te zijn, besloot ik er toch aan mee te doen. Op één januari 2018 tweette ik

“mijn doel voor 2018
Nieuw werk
Betaald werk
Niet dood willen”

Nog steeds er heilig van overtuigt dat dit mij niet zou lukken. Het voelde even haalbaar als mijn broer terug uit de dood halen of profvoetballer te worden. Boy was i wrong.

Vanaf 1 juni had ik een baan, een echte grote mensen baan. Het was “maar” voor 16 uur in de week en zou mijn meeste geld nog steeds door het uwv op mijn rekening gestort worden. Maar ik had een baan, een reden om mij fatsoenlijk aan te kleden en een borstel door mijn ongekamde haren te halen. Deze baan ging zo goed dat ik ook gevraagd werd om voor de communicatie afdeling te gaan werken, en zo kwam ik aan 20 uur werken in de week. Betaald.
Door het hebben van een baan voelde ik mij gezien, waardevol en vooral een onderdeel van de maatschappij.

Begin september was daar de dag dat ik de sleutel van mijn appartement in ontvangst mocht nemen. Ik was nog nooit verhuisd, had enkel een uit de hand gelopen loggeer sessie van anderhalf jaar achter de rug. Wat keek ik op tegen het verhuizen, maar wat had ik er nog meer zin in. Voor het eerst maakte ik keuzes enkel voor mezelf. Kon ik adviezen van andere afwimpelen want het was mijn huis. Ik verhuisde naar een dorp wat ik enkel kende van mijn dagelijkse busreis naar mijn middelbare school. “ik wil hier nog niet dood gevonden worden” dacht ik altijd. Verhuizen naar een plaats waar je nog niemand kent is lastig, hoewel mijn familie nog steeds 15 minuten van mij vandaan woont. Ik ging beschermd wonen, niet dat jullie denken dat ik ineens alles in het leven zelf aan kan. Twee keer per week komen één van mijn begeleiders langs. Ze helpen mij met het ordenen van mijn financiën (als je op jezelf woont, en benzine moet hebben om naar je werk te kunnen, is het niet handig als je geld na één week op is) Ze helpen mij met het geordend houden van mijn huishouden, wijzen mij erop dat na 2 maanden ergens wonen het toch wel handig is om lampen en stoelen te hebben, en zorgen er vooral voor dat ik niet verdrink in de wereld waarin ik net ben los gelaten. De grote mensen wereld.

Dat ik dood wilde was altijd een gegeven voor mij. Een soort constante honger gevoel. Iets wat er altijd is, maar waar je niet altijd mee bezig bent. Ik wilde niet altijd dood, ik wilde wel altijd niet leven. Veranderingen zijn niet altijd fijn, heel vaak niet zelfs. Het koste mij moeite om te wennen aan een baan waarbij ik minder duidelijkheid kreeg dan ik nodig had op dat moment. Het koste mij moeite om zelf verantwoordelijk te zijn over mijn leven. Het heeft zeker voor terugvallen gezorgd. Er waren momenten waarop ik met mijn handen in mijn haar, huilend mijn ouders op belde omdat ik niet meer wist hoe ik het moest regelen.

Maar wat was het de veranderingen waard. Mijn leven is op een punt waarvan ik niet dacht dat ik er ooit zou komen. Ik maakte nieuwe vriendschappen, verloor er ook een aantal. Ik heb dagen niet gegeten, en dagen gehad dat alles wat ik at er meteen weer uit kwam. Ik heb juichend mijn familie op gebeld als ik weer een mijlpaal had bereikt. Maar boven al heb ik mezelf opnieuw uitgevonden. Kwam ik erachter dat alles wat er in mij heeft gezeten er nog steeds zit. Maar ik er soms harder naar moet zoeken. Of meer rust moet nemen om de leuke dingen te kunnen doen.

2018 was het jaar waarin ik eindelijk de leeftijd 21 van mij af mocht schudden. Het voelde al die tijd dat ik de leeftijd leende van mijn broer. Die voor altijd 21 zal zijn. Ik maakte de grootste stappen in mijn leven dusver. Ik was meerdere keren op de radio, tv en in de krant te vinden om te praten over psychische kwetsbaarheden. Ik ben trots (een woord waar ik altijd braakneigingen van kreeg) op alle drempels waar ik overheen ben gegaan, alle klappen die ik heb gekregen en uitgedeeld. Maar vooral dat ik mezelf heb bewezen dat ik nog niet gepiekt heb. Dat die piek nog moet komen, en ik dus alle tijd heb om te genieten.

Dat ga ik 2019 doen. genieten.

21 is zijn leeftijd, ik mocht hem alleen even lenen

Één jaar geleden ging het niet goed met mij. Ik trok mij terug, at slecht en wanneer ik sliep waren het alleen maar nachtmerries. Vooral over mijn broer. Op 21 mei 2017 werd ik 21 jaar. De leeftijd die hij ook haalde, maar ouder zou hij niet worden. Ik wel. Mijn verjaardag is altijd een belangrijk iets geweest. Wellicht omdat ik de jongste telg uit een turbulent gezin ben, en die dag voledig om mij draaide. Maar ook zeker omdat ik dan elk jaar weer een jaar ouder ben, een jaar dichter bij de volwassenheid. Ik had als kind altijd enorm de behoefte om volwassen te zijn. Ik had weinig aansluiting bij leeftijdsgenoten, maar wel met volwassenen. Ik wilde als kind praten, discussiëren, filosoferen. Geen tikkertje, vader en moedertje of verstoppertje spelen.

De liefde voor mijn verjaardag begon in 2015 een andere vorm aan te nemen. Het ging absoluut niet goed met mij. Ik was net weg bij de ggz instelling waar ik opgenomen zat. En was daar alleen weg omdat ik er nog zieker van werd. Ik zag het leven niet meer zitten, werd al gek van een fluitende merel en wist absoluut niet wat ik met mezelf aan moest. Ik mocht geen visite ontvangen, maar dat vond ik nog niet zo erg. Het grootste gemis was de aanwezigheid van mijn broer. Mijn eerste verjaardag zonder zijn ongemakkelijke drie kussen. Ik kreeg van iemand van twitter een doos vol boeken, dit maakte een hoop goed. Maar nog lang niet alles.

Ik was een verloren ziel in mijn eigen lichaam. Ik was 19, maar wilde zo graag weer 6 zijn. Hoe dichter de volwassenheid kwam, hoe enger ik hem vond. Alles in het leven werd gecompliceerder hoe ouder ik werd.

Nu ben ik 21, over 8 nachten slapen 22. En ik kijk er enorm naar uit. Ik heb niet meer de leeftijd die mijn broer voor altijd zal hebben. Ik zal niet meer de onmiddellijke steen in mijn maag voelen wanneer iemand naar mijn leeftijd vraagt. 21 is zijn leeftijd, ik mocht hem alleen even lenen

Ik had tijdens mijn verjaardag in 2015, of die van vorig jaar niet kunnen bedenken dat het zo goed met mij zou gaan nu.
Vanaf september ga ik beschermd wonen. Ik krijg mijn eigen appartement, maar wel veel begeleiding om er voor te zorgen dat het mij ook lukt om alleen te wonen. Het doel is om uiteindelijk volledig zelfstandig te wonen. Dit doel voelt haalbaar. Ook ben in gesprekken over een baan, zodra dat concreter is zal ik er een blog aan wijden. Ik heb vrienden, een sociaal leven. Ik ging gister voor het eerst sinds 4,5 jaar naar een concert. En dat lukte. Ik wist de paniekaanval die ik op voelde komen te onderdrukken, lied bij binnenkomst meteen een glas bier mijn keel door glijden. En genoot. Niet van vooraan in de zaal, maar van er net buiten. Zonder alle mensen om mij heen, maar ik was er wel.

ik ben blij dat ik weer een jaar ouder én dichter bij volwassenheid kom, net zoals vroeger. Ik heb heel veel zin in om 22 te zijn. Er staan grote, uitdagende spannende dingen te wachten, maar ik heb er zin in!

Fijn leven!

En net zoals vroeger vind ik post heel leuk.
Voor mijn adres kun je bij @MMeulblok terecht (om het toch nog als een verassing te hebben)

Laten wij blijven praten over de waarheid, niet over aannames

Afgelopen Dinsdag was ik moe.
ik had een gastcollege geven over psychische kwetsbaarheid, en werd daardoor zelf ook kwetsbaarder. Omdat het vermoeiend was maar vooral omdat ik mijn verhaal had verteld. Het verhaal over mijn late diagnoses, mijn gevecht met mezelf accepteren en de dood van mijn broer.
Ik strijd er elke dag voor om de stigma’s en taboes rondom psychische kwetsbaarheid te teckelen. Ik geef er college’s over, praat er over in de media, blog erover maar vooral: twitter er over.
En dit heeft al veel resultaten opgeleverd. Ik krijg veel berichten van mensen die door mij een geliefde met een depressie beter begrijpen, door mij de stap naar de huisarts durfde te zetten. Maar vooral berichten van mensen die zich niet meer alleen voelen. Want een psychische aandoening is heel eenzaam. Natuurlijk maakt de kwetsbaarheid die ik laat zien mij een makkelijk doelwit voor nare reacties. Meestal blokkeer ik de mensen die mij een aandachtszoeker vinden, of die mij erop attenderen dat de wereld beter af is zonder mij. Soms komt het uit een onverwachte hoek. En is het niet direct op mij gericht, maar dat maakt de klap niet minder hard.

Afgelopen Dinsdag kreeg ik een mention.” Oh sorry. Ik denk inderdaad dat de kans dat @zjosdekker morgen iemand gaat omleggen of een reep chocola gaat jatten groter is dan dat een VVD’er fraudeert. Met je verbande leggen.”

Ik had geen idee waar dit over ging, maar lang leven de draadjes van twitter was ik er zo achter.
Chris Klomp (rechtbank journalist oa bij AD) had de volgende tweet geplaats:
Voor alle mensen die menen dat autisme niets, maar dan ook helemaal niets te maken heeft met het plegen van strafbare feiten: veel leesplezier: https://uitspraken.rechtspraak.nl/#zoekverfijn/zt%5B0%5D%5Bzt%5D=autisme&zt%5B0%5D%5Bfi%5D=AlleVelden&zt%5B0%5D%5Bft%5D=Alle+velden&so=Relevance&ps%5B%5D=ps1&rg%5B%5D=r3

Dit raakte mij enorm, later zag ik dat Chris Klomp de dag ervoor ookal tweette dat mensen met autisme een gevaar voor de samenleving zijn.

Ik kan dit hier gaan ontkrachten, maar dat deed Thomas al heel goed.

Ik ben niet geweldadig, ik ben nog nooit in aanraking gekomen met politie en justitie (tenzij je mijn parkeerboete meerekend) Ik heb een enorm rechtvaardigsheid gevoel. Ik ben een keer terug gegaan toen ik 50 cent te veel terug kreeg van de supermarkt, omdat ik er niet van had kunnen slapen. Ik doe alles wat ik kan om dit soort stigma’s te breken. Een autist is net zo gevaarlijk als dat we goed zijn met computers. Er zijn er die gevaarlijk zijn, er zijn er die goed met computers zijn. Maar lang niet iedereen. Er zijn weinig mensen op de wereld die zo snel zo veel virussen op hun computer krijgen dan ik, er zijn weinig mensen die zo eerlijk en rechtvaardig zijn zoals ik.

Het is enorm gevaarlijk wanneer iemand zoals Chris met een groot bereik dit soort onzin gaat verkopen als de werkelijkheid. Dit maakt mijn levensdoel: het bestrijden van taboes en stigma’s, hard nodig maar ook slopend.

Waarom steeds proberen te bewijzen dat wij (psychisch kwesbare mensen) normaal zijn, als het mij zo kwetsbaar maakt voor dit soort beweringen?
Waarom mij zo kwetsbaar op blijven stellen, als ik er geen winst in zie?
Waarom mij zo laten raken door iemand die er (overduidelijk) geen verstand van heeft.

Ik stopte even met twitter, ik kon het niet meer aan. Hoewel ik meer steun dan haat krijg. Hoeveel lovende berichten ik krijg. Hoeveel mensen mij op een voetsstuk zetten omdat ik verwoord wat zij denken. Het Deed mij even niks meer.

Ik trek het soms niet meer, en ook dat is prima.
Maar ik zal door blijven gaan. Want juist door dit soort beweringen blijkt dat mijn werk hard nodig is. Misschien wel harder dan ik dacht.

Laten wij blijven praten over de waarheid, niet over aannames

TV debuut

Afeglopen Dinsdag was mijn tv debuut. Niet helemaal waar, maar wel mijn tv debuut als ervaringsdeskundige.

Ik was te gast bij vijf uur live. De middag variant van Koffie tijd. Ik ben het er zeker mee eens dat dit niet het ruigste, tofste of beste programma is om je verhaal te doen. Maar elke kans die ik krijg om te praten over depressies grijp ik met beide handen aan.

Het was live -niet heel verrassend aangezien de titel Vijf uur live is- en dat baarde mij lichtelijke zorgen. Aan de ene kant vond ik het heel fijn omdat het nu niet gek gemonteerd kon worden. Maar aan de andere kant was mijn grootste angst dat ik savonds bij de tv draait door zou komen door een rare opmerking. Daar sta ik namelijk wel om bekend. Dit is gelukkig niet gebeurd en ik ben er zonder al te veel kleerscheuren doorheen gekomen.

Ik heb er absoluut niet alles kunnen vertellen wat ik wilde. Het was meer mijn algemene inleiding dan echte diepgang. Maar toch was het een enorm geslaagde dag voor mij.

Dat was het al voor de uitzending begon. Ik zat in de stoel om onder handen genomen te worden door de visagiste. Terwijl zij mij mooier maakte, raakte we aan de praat. Al vrij snel hadden we het over de reden dat ik daar zat. En begon ze voorzichtig te vertellen dat ze vermoedde dat haar dochter wellicht ook autistisch was. Ik kan haar dochter natuurlijk niet diagnosticeren. Maar wat ik wel kon doen, en deed. Was haar uitleggen hoe een onderzoek traject in z’n werk gaat. Wat de stappen zijn die zij zal moeten ondernemen om er achter te komen.
Wat voor soort vragen er in vragenlijsten staan, en de drempel om naar de huisarts gaan te verlagen. Ze was zichtbaar dankbaar met mijn antwoorden, en ik gaf haar mijn mailadres voor als ze nog meer vragen heeft.

Mijn dag was enorm succesvol, en vooral omdat ik haar kon helpen.

Fijn leven!

Levensdoel

‘Dus, dat is eigenlijk je levensdoel’ zei iemand laatst nadat ik vertelde wat ik wilde bereiken. ‘ja, eigenlijk wel’ antwoordde ik. Van binnen gingen de confetti kanonnen af. IK HEB WEER EEN DOEL

Als kind was mijn doel heel erg duidelijk, ik ging de beste actrice van Nederland worden. Tijdens mijn vmbo was ik er mee bezig op school en daarna bij mijn MBO opleiding tot actrice ook. Tot ik daar mee moest stoppen wegens depressie, en geen enkel doel meer had.

Je zult je nu als lezer wellicht afvragen wat het doel precies is.
Mijn levensdoel is ervoor zorgen dat mensen geen zelfmoord hoeven te plegen. Ik ben pro zelfmoord, laat ik dat voorop stellen. Omdat ik aan de ene kant mijn broer absoluut niet wil afvallen, en aan de andere kant omdat ik vind dat je de baas over je eigen leven bent. Er zit echter wel een verschil in hoe je het doet. Een zelfmoord terrorist zal nooit mijn steun krijgen.

Ik kan niemand genezen van een depressie, hoe graag ik het ook wil.
Psychiater worden is in mijn geval niet haalbaar, net als medicijnen of behandel methodes ontwikkelen.

Dat zijn de dingen die depressies over het algemeen genezen. Maar er komt nog veel meer bij kijken. Het enorme taboe wat er nog omheen hangt, de onwetendheid bij mensen waardoor ze met goed bedoelde adviezen komen als ‘ga toch lekker hardlopen, daar knap je zo van op’ maar in eerste plaats, voordat je überhaupt aan behandeling kunt denken moet er een diagnose vast gesteld worden.

De eerste stap naar de diagnose depressie is over het algemeen een bezoekje aan je huisarts. Dit is voor vele mensen een enorme stap. De angst om niet serieus genomen te worden, je bed überhaupt te moeten verlaten, en zelf door hebben dat er iets iets niet goed gaat je hoofd. Het speelt allemaal mee.

Ik krijg vaak te horen hoe goed mensen het vinden dat ik er zo open over praat. Dat vond ik altijd heel raar om te horen. Want ik deed het niet bewust. Ik kwam erachter dat het lang niet voor iedereen zo van vanzelfsprekend is om erover te praten. Maar mensen er wel veel aan hebben wanneer ik het doe.

Een depressie hebben kan enorm eenzaam zijn, al helemaal als je een niet ondersteunende omgeving hebt. Nu heb ik het geluk dat ik geboren ben in een gezin waar psychische gezondheid al sinds jaar en dag een bespreekbaar onderwerp is. Dat maakt dat ik het er thuis goed over kan praten, hoewel niemand ooit echt gaat begrijpen wat er in mijn hoofd om gaat. Dat doe ik zelf namelijk ook niet.

Ik wil ervoor zorgen dat men weet wat een depressie inhoudt, dat het niet als persoonlijk falen wordt gezien. Als je weet wat een depressie is, kun je ook eerder hulp zoeken. Ik heb jaren gedacht dat het bij het leven hoorde, mijn sombere stemming. Dat het de puberteit was, of dat ik gewoon van nature een somber mens was. Ik bleek depressief.

Ik wil er ook voor zorgen dat mensen weten dat het een ziekte is. En absoluut geen keus of gebrek aan wilskracht. Dat hardlopen, sint janskruid of even wat leuks doen je depressie niet geneest. Sommige van deze dingen zullen zeker wel op een bepaalde hoogte werken, maar het zal het absoluut niet genezen.

Ik heb mij heel lang (en soms nog steeds) schuldig gevoeld over mijn broer zijn dood. Had ik die periode te veel aandacht opgeëist van onze ouders? Was het de druppel dat ik boos werd omdat hij zijn fiets irritant neer had gezet? Had ik vaker moeten vragen of ik iets voor hem kon doen?

Al deze gedachtes helpen mij niet verder, maken mij niet gelukkiger. Ik heb het weten om te draaien in mijn hoofd. Lowie kan ik niet terug halen, Maar ik kan er wel voor proberen te zorgen dat mensen met een depressie hulp zoeken, de wereld een depressie beter begrijpt en er over gesproken kan worden zonder schaamte.

Ik heb al verschillende mailtjes en berichten gehad van mensen die door mij de stap hebben gezet om hulp te zoeken. Omdat ik ze overtuigde dat het geen falen is maar een ziekte, En dat professionele hulp het enige is wat je beter kan maken.

Mijn levensdoel en ik zijn schuiven Dinsdag 30 januari om 17:00 aan bij ‘vijf uur live'(de middag variant van koffietijd)om hier over te praten. En ik hoop dat nog vele programma’s, kranten, scholen, bedrijven mij gaan uitnodigen om erover te praten. Want dat is wat ik kan.

Fijn leven