beschermd wonen

Ik twitterde de afgelopen tijd veel over mijn toekomstige verhuizing.
Ook over de zenuwen die daar bij gepaard gingen.
Gister was het zo ver. Ik ging kijken bij een beschermd wonen plek.

Ik kreeg vele tweets, dm’s en whatsappjes over hoe het was geweest.
Geen idee. Ik kon alleen nog maar huilen.

Vandaar deze blog, om het voor mijzelf op een rijtje te zetten, en het aan jullie uit te leggen.

Vol zenuwen stapte ik gister in de auto. binnen een kwartier was ik op mijn bestemming. Het duurde even voordat ik de auto uit durfde te stappen. De motor liet ik lopen, ik kon nog altijd weg. Ik sprak mijzelf zo goed als het kon moed in. Om vooruit te kunnen moet je nou eenmaal dingen doen die je niet altijd fijn vind.

Ik ging er niet alleen naar toe, ‘mijn’ maatschappelijk werker van het leo kannerhuis ging ook mee. Zij was er al. Met een steen in mijn maag drukte ik op de bel. Niet veel later deed een jongen de deur open, hij wees mij de weg. ik werd al verwacht. Mijn maatschappelijk werker was er al.

Ik deed mijn jas uit, legde mijn koptelefoon neer en ging strak van de spanning zitten aan de tafel. Tegenover mij zat de directeur, naast mij mijn maatschappelijk werker en niet veel later sluiten er nog twee mensen aan.

Na een korte voorstel ronde legde ze uit wat ze daar doen, wat er van je verwacht wordt, hoe ze met elkaar omgaan en nog honderdduizend meer informatie.

De maatschappelijk werker speelde de advocaat van de duivel, want daar werd ze immers voor betaald. Hoe goed ze mij in de gaten zouden houden. Ze kende namelijk niemand die zo goed was haar gevoelens te verbloemen als ik. Dat ik nooit zelf op tijd aan de bel zou trekken, en echt in de gaten gehouden moet worden.

Meerdere keren benadrukte de directeur dat ik alles mocht vragen wat ik wilde. Normaliter zou ik daar meer gebruik van hebben gemaakt, maar de zenuwen hadden nog steeds de overhand. Ik vroeg wat de regels over bezoek is. In principe mag er altijd bezoek komen tussen 07:00 en 23:00. Oké dacht ik, dat is nog niet zo verkeerd. Dat er niemand mag blijven slapen had ik al verwacht. Toen vroeg ik hoe ze tegenover alcohol stonden. In het gebouw zelf mag geen druppel gedronken worden. Ook daar kon ik mij wel in vinden, wetende dat er ook ex verslaafde wonen. Ze gaven mij het gevoel dat ze zichzelf erg coulant vonden. Dat als je naar een feestje gaat je echt wel één biertje mag drinken. Ik ben geen groot alcohol verbruiker, soms bij het eten een wijntje of biertje. Maar de zeldzame keren dat ik met vrienden iets ga doen, laat ik het alcohol zeker niet staan. Ik vroeg hoe het met het eten gaat, het afgelopen jaar heb ik vrijwel elke dag gekookt. Hoewel ik het eten 9/10 niet lekker vond, vonden de andere mensen die het aten het heerlijk. Dit ligt ook volledig aan mijn gebrek aan eetlust. Ze eten altijd gezamenlijk. in je eigen groep (een groep bestaat uit ongeveer 12 mensen) Er wordt gekookt door een kok. Ik vroeg ze hoe laat ze eten. sochtends kun je tussen 07:00 en 08:30 ontbijten. Vroeg dacht ik, maar zeker wel haalbaar. Smiddags is het rond een uur of 12. ‘en ohja, we eten smiddags warm’ Ik floepte eruit of dit een bejaardenhuis is. Ze moesten lachen. ik niet. Ze vroegen naar de invulling van mijn dag. Die is vrijwel niet bestaand op dit moment. Soms ben ik op pad voor NJR en op Maandag ga ik nog altijd naar mijn nichtjes. Of ik niet iets met kinderen zou willen studeren? Nee, absoluut niet. Ik hou niet van kinderen. Alleen van “mijn” kinderen. Ik wil succesvol worden in het doorbreken van het taboe rondom psychische problemen, Ik wil kennis overdragen en net zo lang tegen deuren schoppen tot dat er iemand naar mij luistert. Ik kreeg het idee dat ze mij naïef vonden. Dat ben ik misschien ook wel.

Mijn breekpunt kwam toen ik vroeg naar de prijs. 500 euro per maand. Dat vonden ze spot goedkoop. Want dat is inclusief alles. Internet, tv, eten, wasmachines. ik begon te huilen. Hoe wil ik dat ooit kunnen betalen? ik ben gezegend met een wajong uitkering van ongeveer 700 euro per maand. mijn zorgkosten zijn ongeveer 200 euro per maand. Dan zou al mijn geld op zijn. Ze stelde mij gedeeltelijk gerust door te vertellen dat ze een overeenkomst hadden met de gemeente, en dat die het bedrag zou aanvullen tot 900 euro per maand.

De rondleiding begon, het is een enorm gebouw. Een prachtig oud klooster. De eerste kamer die ik te zien kreeg was een leegstaande kamer, waar ik eventueel terecht zou kunnen. Er paste niet meer dan een twee persoonsbed en een kleding kast in. Slik. Dat is absoluut niet wat ik voor ogen had. Ik wilde zelfstandigheid met hulp in de buurt. Zelf koken, zelf het huishouden runnen met iemand die mee kijkt. Volgens mijn maatschappelijk werker was dat nog een stap te ver.De tweede ruimte die ik zag was een gezamelijke huiskamer. Kaal, versleten banken, een kleine tv en een tafel met stoelen. Aan de tafel zat een bewoner zijn sjekkie te draaien. Ik zag mij absoluut niet met hem samen wonen. De andere bewoners die ik zag versterkte dat gevoel. De rondleiding ging verder. badkamers, keuken, zolderkamer die wel een stuk groter was, en de grote tuin. enorme moestuin, ,10 cavia’s, varkens, schapen, paarden, ezels, visvijver. Als buitenmens kijk je hier je ogen uit. Ik ben er nog niet over uit of ik een buitenmens ben.

De rondleiding was afgelopen en we spraken af dat ik over twee dagen telefonisch contact heb met mijn maatschappelijk werker, en ik dan een keuze heb gemaakt. Of ik verder wil in dit traject. We namen afscheid. Mijn maatschappelijk werkster en ik liepen samen naar de auto. Mijn hoofd stond op ontploffen. Ze stelde voor dat we ook nog bij andere zorgaanbieders gaan kijken. ik zei dat ik op dit moment geen enkele keuze kan maken, dat mijn hoofd nu te vol is. Dat begreep ze.

We stapte beide in onze auto’s en reden naar huis.
Zodra ik mijn moeder zag, stortte ik volledig in. Ik wil dit niet. Ik wil niet op een plek als deze wonen. Het voelt als straf. Maar nog meer last heb ik ervan dat ik wéét dat ik deze hulp nodig heb. Maar het niet wil. Ik wil geen hulp bij het opruimen van mijn kamer, ik wil geen hulp bij het eten. Ik wil alles zelf kunnen. Ik wil een normaal functionerend hoofd hebben.

IK WIL NORMAAL ZIJN

Deze klap zal nog wel even blijven. Deze plek gaat het denk ik niet worden, of ik ooit een plek vind waar ik mij niet de grootste loser van het land voel? Geen idee. Tot die tijd blijf ik bij mijn ouders, verstopt onder de dekens de realiteit ontlopend. Want daar ben ik goed in.

Advertenties

Blue Monday

Blue Monday
4 jaar geleden werd ik op blue monday depressief verklaard.
één week later waren de uitslagen van de testen binnen: Autisme en add.

Ik stopte met mijn opleiding theater.
Ik stopte met het normale tiener leven, als de depressie over was zou ik die herpakken.

vier jaar later, de depressie is nooit weg geweest.
De ene dag is die meer aanwezig dan de andere.
Mijn hoop op een normaal leven is vervlogen.
Ik ben niet normaal.
Ik ben heel leuk, geweldig, woest aantrekkelijk, maar niet normaal.

Ik blijk meer hulp nodig te hebben in het leven dan ik dacht.
Ik ben nu bezig met beschermd gaan wonen.
Het voelde zo ontzettend erg als falen.
Waar mijn leeftijdsgenoten elk weekeind de kroeg in duiken, of feestjes afgaan.
Sluit ik mij het liefst op in mijn kamer.

De depressie zag ik als iets tijdelijks, en alle problemen die ik had schoof ik daar op af. De klap dat de depressie niet meer overgaat was enorm. De klap dat mijn hersenen het normale leven niet aankunnen was nog groter.

Ik ben afhankelijk van andere mensen, ik kan niet voor mezelf zorgen.
Hoe graag ik het ook zou willen.

vier jaar gelden dacht ik dat alles nog goed zou komen.
Ik heb nu mijn beeld van ‘goed’ veranderd. zodat het dat nog kan worden.

Blue monday
Ik haat je, je benadrukt dat ik anders ben. Dat het leven wat ik mij voor ogen had niet haalbaar is.

Maar ik hou ook van je, je hebt mij inlaten zien dat ook al ben ik anders, ik andere mensen kan helpen met het delen van mijn verhaal.

Dat is voor mij de beste vorm van therapie.

Fijn leven!

Ga toch zelfmoord plegen

in één week tijd was ik twee keer in de media.
eenmaal in de Trouw
en vandaag was ik te vinden in Hilversum. Mijn radio debuut.Samen met Patrick Lodiers, een psychiater en een mede depressieve waren we in gesprek.

Of het twitteren erover helpt.

Ja, aan de ene kant zéker. Want het taboe wat er op heerst is nog lang niet weg, en mensen weten er over het algemeen veel te weinig vanaf.
Aan de andere kant zet je jezelf op een kwetsbare positie neer.

Als men mijn grootste verdriet kent, is mij raken een kwestie van een tweet plaatsen.

Vandaag kreeg ik meer dan honderd positieve reacties op mijn radio optreden. Maar ik kreeg ook deze tweet: ‘Of je hangt jezelf op.. je hoeft namelijk niet depressief te zijn. Er is altijd een keuze’

5 minuten heb ik erom gehuild en het leven vervloekt.
tot ik mij realiseerde, dat als je een taboe wil doorbreken, je klappen zult moeten incasseren.

ik heb liever nog honderd keer haat aan mijn hoofd, dan dat ik niemand meer inspireer en kennis bij breng.

praten over depressies, autisme en elke andere psychische aandoening wordt te weinig gedaan.

ik ga er alles, maar dan ook alles aan doen om het taboe, onbegrip en de onwetendheid de wereld uit te krijgen.

Fijn leven!

kwetsbaar opstellen

Mensen denken dat ik mij vaak en graag kwetsbaar opstel door over mijn mentale problemen te praten. Niks is minder waar. Ik stop mijn gevoelens het liefst zo diep mogelijk weg. Mijn gevoelens gaan linea direct naar het plekje in mijn hoofd waar ik alle vervelende dingen weg duw.

Zo ook deze herinnering: ik was een jaar of 6, ik kon nog maar net schrijven en was met een vriendje afspreken. Zijn buurjongen zat een jaar lager, en kon nog niet schrijven. Hij vroeg mij of ik hem kon laten zien hoe je “kut” schrijft. Ik was de beroerdste niet, en stoepkrijtte met grote letters “kut” op de straat. De moeder van het vriendje kwam naar buiten en werd boos. Ik begreep meteen dat ik iets had gedaan wat niet mocht. Tijdens de daad zelf had ik het niet door. De buurjongen had in het principe zélf willen schrijven, kon dit niet en bood ik een helpende hand. We moesten met water en bezems de grote letters K U T van de weg af vegen. Ik zag mijn vader in onze oude auto aanrijden. ik kookte van schaamte, probeerde zijn blik te ontwijken. Daar stopt mijn herinnering. Of mijn vader boos werd, geen idee. Hem kennende kon hij er wel om gniffelen, zal hij gezegd hebben dat ik het nooit meer mocht doen, en gingen we naar huis.

Aan deze gebeurtenis denk ik vaak. Het is de eerste die naar boven komt wanneer ik te veel heb weggestopt, en het er niet meer bij past. In de loop der jaren zijn daar vele gevoelens en gebeurtenissen bij gekomen.

Toen ik een jaar of 16 was kwam er een meisje naar mij toe, ze vertelde dat ze zelfmoord had proberen te plegen. “hoe?” vroeg ik. Ze vertelde dat ze zich had proberen te verdrinken in bad. Achteraf bedacht ik mij dat de juist reactie geweest zou zijn: “wat vervelend voor je, is er iets wat ik voor je kan doen?”
de reactie die ik gaf was: “Dat is ook niet handig, je hoofd gaat automatisch weer omhoog. De volgende keer moet je iets zwaars aan je haren doen en je handen vastbinden. Dan is de kans op succes groter.” Wat ik zei klopte, maar dat het niet een gewenst antwoord was had ik op dat moment niet door. Ook deze gebeurtenis zit weggeduwd in mijn hoofd.

Het heeft mij iets meer dan drie jaar geduurd om door te hebben dat ik Lowie zin dood niet kon blijven wegstoppen. Ik praat er veel over, maar voel weinig, of ik voel te veel om te kunnen functioneren. Er is geen gulden middenweg. Hij spookt met regelmaat door mijn dromen, ik kan mij niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst een nachtmerrieloze nacht had. Ik mailde hier mijn contact persoon van het leo kannerhuis (soort ggz voor autisten) over. Vorige week kreeg ik het verlossende telefoontje: Ze had een afspraak gemaakt bij een psycholoog. Vandaag was die afspraak.

Ik ben er nog niet over uit of ik afgelopen weekeind ziek was, of zenuwen had. het uit zich in beide gevallen met een overstuur maag darm stelsel. Ik had mijn wekker gezet. Met pijn en moeite zat ik op tijd, gedoucht in de auto. Na een kleine verkeershinder kwam ik 5 minuten te laat aan. Ze stonden al klaar voor mij.

Bij dit soort gesprekken is het heel belangrijk je kwetsbaar, open op te stellen. Dat lukte mij niet. Ik zat met een brede grijns en mijn armen over elkaar lichtelijk onderuit gezakt in de stoel. Mij krijgen jullie niet klein.

De ene na de andere goede grap schudde ik uit mijn mouw. Ik noemde mij zelf de leukste autist van de wereld, eerst was mijn broer het, maar sinds hij dood is ben ik het. ongemakkelijke stilte. De stilte werd doorbroken door ons gelach. “mijn hobby is mensen ongemakkelijk maken met mijn broer zijn dood, om er daarna hard om te kunnen lachen” ze glimlachte, ik corrigeerde mijzelf “het is geen hobby, het is een passie”

Ze trokken de beerput die mijn leven heet open, gaven mij wat vragenlijsten en een vervolg afspraak mee. De volgende keer zouden we bekijken met welk probleem we gaan beginnen. Ik dacht te komen voor het verwerken van mijn broer zijn dood. Na drie jaar was ik er eindelijk over uit om daar hulp voor te zoeken. Niet voor de rest. Het zorgde ervoor dat ik blokkeerde. Dat de narcist in mij naar boven kwam, ik de ene na de andere grap maakte maar vooral mijzelf niet liet zien. Want dan zou ik het wel eens kunnen voelen, en dat probeer ik zo lang mogelijk uit te stellen.

Fijn leven!

Afzeggen

Ik ben niet betrouwbaar, niet voor mijzelf en niet voor anderen.
Je weet pas zeker dat ik naar je feestje, voorstelling of lunch kom wanneer ik er daadwerkelijk ben. Ik ben Queen afspraken afzeggen.
Dit is niet omdat ik dan andere, leukere dingen gepland heb. Waar ik liever naar toe ga. Het is ook zeker niet dat ik niet met je af wil spreken. Mijn hoofd is onberekenbaar. Ook voor mijzelf, ik kan er geen pijl op trekken. Natuurlijk kan ik mijn best doen de dagen voor een activiteit mijn rust houden, goed in een ritme zitten en een poging doen tot slapen en eten. Maar dat is maar veertig procent van de honderd. De overige zestig procent is geluk, toeval, niet beïnvloedbaar.

Gister zou ik met mijn twee zussen naar een concert gaan. We zouden naar Milky Chance gaan. Ik zag ze in 2014 op Lowlands, en wilde graag nog een keer. De kaarten kocht ik al maanden geleden. Wat super naïef is, want van alle concert kaartjes die ik de afgelopen jaren kocht ben ik maar een enkele keer geweest. Ik wil graag leuke dingen doen, laat daar geen misverstand over bestaan. Ik ga veel liever naar een concert dan dat ik mij opsluit in mijn kamer. Maar het lukte niet, mijn hoofd zat vol met mist. Weer moest ik het afzeggen. Gelukkig vonden ze een waardige vervanger in mijn moeder.

Alles wat ik doe moet ik overwegen, is dit de terug slag waard? Soms denk ik er niet over na, doe wat ik wil doen om vervolgens enorm onderuit gehaald te worden door mijn eigen hoofd. De ene keer is dat het super waard, en geniet ik nog weken na van de leuke dag. Soms is de terug slag groter dan het plezier was, al helemaal wanneer ik omringt ben geweest door mensen zonder lastig hoofd. Dan voel ik mij nog dagen slecht, vind ik mezelf niks waard en droom ik van alles wat ik zou willen maar (nu) niet kan.

Het liefst leef ik zorgeloos, hou ik geen rekening met mijn hoofd. Wil ik in het zelfde tempo mee als de rest. Ik weet dat het niet altijd kan, dat ik rekening moet houden met mijn energie, overprikkeling, medicijnen en mijn hoofd.

Maar ik weet ook dat als ik ergens ben, ik geniet. Ik omring mij met de fijnste mensen, lach het hardst om mijn eigen grappen en vergeet even dat mijn hoofd anders werkt dan die van de rest.

Fijn leven!

 

Vrienden

Een van de grootse misstanden bij mensen met autisme is dat ze geen behoefte hebben aan vriendschappen.

Mijn behoefte aan vriendschappen is net zo groot als die van ieder ander, ookal ben ik graag alleen.
Ik vind relaties moeilijk, tenzij ze vast zijn afgebakend, zoals werkgever en werknemer.
Dan zijn de verwachtingen helder, weet ik precies wat er van mij verwacht word en wat ik van de ander kan verwachten.

Bij vriendschappen en daten zijn de verwachtingen minder zwart wit. Het is een grijs spectrum wat in iemands hoofd zit. Je evalueert een date naderhand niet samen, je vraagt niet aan elkaar wat er beter kon, hoe je verder wil en wat de verwachtingen zijn. Zou je dat wel bespreken, blijft het nog steeds ongrijpbaar, want echt begrijpen wat iemand denkt lukt mij niet. Het daten ging mij niet heel soepel af, ik ben perfect om leuk te vinden maar toch niet zo leuk als je beste vriend of je ex. Tegenwoordig doe ik mijn best om er afwachtend in te staan, vrede te hebben met de onduidelijkheid. Er van genieten zo lang het duurt, alles eindigt ooit.

Twitter is een geweldig medium om mensen te leren kennen, de afstand is enorm maar toch kun je er kwijt wat je wil. De meeste vrienden die ik heb, heb ik hier opgedoken. De stap om elkaar te ontmoeten is een stuk kleiner wanneer je al zoveel van iemand weet. Bellen is mijn lievelings communicatie middel. het liefst nog videobellen. Je hoort de intonatie, je ziet het gezicht. De kans dat ik het dan fout interpreteer is een stuk kleiner.

Het idee bestaat dat mensen met autisme andere mensen niet kunnen lezen, Dat klopt.
van nature kan ik niemand lezen, heb ik geen idee wat de intenties of gevoelens zijn.
Tegenwoordig kan ik het super goed, jaren lange ervaring en intensief speurwerk heeft ook dit gesprek weer tot een goed einde gebracht. Ik durf te zeggen dat ik er beter in ben dan vele niet autisten, omdat ik mij er zo bewust van ben. Het kost alleen wel heel veel energie.

Laatst was ik op bezoek bij een vriendin, haar huisgenoot kwam binnen. Ze vroeg aan de huisgenoot hoe het ging. Niet goed. Ik stelde voor om even op haar kamer te gaan zitten zodat zij even konden praten. Het is een klein iets wellicht, maar voor mij voelde het goed. Ik had de situatie niet alleen goed gelezen, maar er ook nog eens goed op ingespeeld.

Ik wil zwemmen in duidelijkheid, zonder toe te hoeven geven duidelijkheid nodig te hebben. Ik vraag al meer om duidelijkheid dan vele andere, dit omdat het mijn leven een stuk makkelijker maakt. Maar ook dat heeft zijn grenzen, daar ben ik mij van bewust. Ik wil overkomen als een zelfstandige vrouw van de wereld, en niet iemand die even checkt hoe je die grap bedoelde, en of je mij wel nog zo leuk vind als ik jou.

De behoefte aan vriendschappen is er zeker, het maken van vrienden gaat mij ook wel redelijk af. Het onderhouden is daarentegen een ramp. Ik ben die vriendin die maanden niks van zich laat horen, waar je al één jaar mee bezig bent om mee af te spreken en die nooit reageert op je berichtjes. Het is geen desinteresse, het is mijn lastig werkend hoofd. Gelukkig heb ik twee hele goede vriendinnen die daar subliem mee omgaan: Dikke shout out naar Sara en Wendy.

Het is een fabel dat ik geen vrienden wil, het is alleen een stuk moeilijker, energie rovender en onzekerder dan bij anderen. Ik zal  mij altijd af blijven afvragen wat je nu precies denkt, maar ik zal het nooit weten. Daar probeer ik vrede mee te sluiten, voor zo goed als het gaat.

 

Fijn leven!

 

 

Hoe het begon

Hoewel ik mij graag profileer als de leukste autist van de wereld,
ben ik pas sinds mijn achttiende bekend met de diagnose bij mijzelf. Autisme kende ik al sinds kleins af aan. Mijn broer en zus zijn gediagnosticeerd toen ze kleuters waren.
Ik kende autisme vanuit de rol van hulpverlener, vanuit de rol van zusje. Mijn zus en ik zaten samen in de klas (combinatie klas) en ik heb altijd het gevoel gehad haar te moeten beschermen tegen de grote boze buitenwereld. Aan de andere kant hadden wij een enorme haat liefde verhouding. We konden niet zonder en niet met elkaar. Wat best lastig is wanneer je samen in de klas zit, ´én een slaap kamer deelt. Dit leiden tot enorme confrontaties, maar de band is altijd sterker geweest dan de ruzies.

Menig keer is mij verteld dat ik rekening moest houden, “Zjos, jij moet de volwassenen zijn, je broer/zus kan hier niks aan doen door zijn/haar autisme”.
Meerdere keren per week waren wij als gezin bij de ggz te vinden, soms moest ik alleen wachten op een van mijn gezinsleden, maar ook voor mijn eigen cursussen.
De zo genaamde “brussen” cursus, een cursus voor broers en zussen van autisten. Ik leerde om te gaan met hun, niet met mezelf.

Toen ik in groep 8 zat en aangaf aan mijn juffrouw dat ik moeite had met de topografie te onthouden, zei ze dat ik misschien wel dyslectisch was. Ik vertelde dit aan mijn ouders die vervolgens naar school gingen. De juffrouw schaamde zich kapot, dit had ze niet zo direct willen zeggen. Maar de ballen gingen rollen.
Samen met mijn moeder ging ik een aantal keer naar Eindhoven om getest te worden. Uit de testen kwamen een rij aan diagnoses: dyslectie, dyscalculie
en een disharmonisch intelligentie profiel. Zou er ook autisme bij kunnen zitten vroegen mijn ouders. “Nee” was haar antwoord. Ik was te sociaal.
Ze had mij namelijk gevraagd wat ik zou wensen als ik drie wensen mocht doen. Ik wenste dat mijn broer en zus geen autisme meer hadden, mijn tante geen reuma meer en wereld vrede. Te sociaal voor een autist dus.

De jaren die volgde maakte het leven mij het niet makkelijker, alles wat mis liep schoof ik af op mijn diagnoses. Op de middelbare school paste ik er totaal niet bij. ik zat op VMBO Theoretisch en later op kader. Dat ik er niet bij paste, gooide ik op mijn disharmonisch intelligentie profiel. ik ben te slim, zij zijn te dom. Daarom past het niet.
voor docenten was ik een hel, ik had mijn huiswerk nooit gemaakt, mijn boeken nooit bij me en lette niet op. Ongeïnteresseerd en wellicht slecht opgevoed is wat ze dachten.
Een docent legde mij ooit uit waarom ik niet geliefd was onder zijn collega’s. Wanneer een leerling vervelend wil doen, gaan ze staken. weigeren ze nog iets te doen, hebben een grote mond. Ik niet. “Wat u daar nu zegt, klopt niet met het gene wat u hiervoor zei, óf je liegt, óf je bent een slechte docent die de leerstof niet goed beheerst. welke is het?”
Dit was natuurlijk niet wat ze wilde horen. Niet mee werken vonden ze minder vervelend dan wanneer er aan hun kennis getwijfeld werd.

Ik haalde mijn vmbo kader diploma met twee vingers in mijn neus. De dag van de uitslag raakte ik pas gestrest, wellicht had ik toch wel moeten leren voor mijn examens. Deze stres bleek nergens voor nodig te zijn. Met een prima lijst geslaagd. Daarna volgde het nieuwe avontuur: studeren.
Ik werd aangenomen op ROC artiest in Eindhoven, een niveau 4 opleiding.

Het was een opleiding met weinig structuur, weinig begeleiding. er werd van je verwacht zelf alles op orde te hebben, terwijl de omgeving geen enkele structuur bood. Ik heb mij altijd overal door heen kunnen bluffen, hier niet. Ik was gewend de beste te zijn in theater. Hier was ik dat absoluut niet, ik voelde mij verloren. Kreeg paniek aanvallen, spijbelde. Met moeite blufte ik mij door het eerste jaar, in het tweede jaar ging het mis. ik had een aantal lessen gemist door paniekaanvallen. Mijn docent zei dat ik hier iets aan moest gaan doen, want zo zou ik de opleiding nooit gaan halen. Ik ging naar de dokter, die mij door verwees naar een jeugd psycholoog. Na een aantal gesprekken kwam ze tot de (verkeerde)
conclusie dat ik een gegeneraliseerde angststoornis heb. We begonnen met EMDR. (ik geloof heel erg in de werking van EMDR, maar niet wanneer je geen trauma hebt.) Het werkte niet, ik besloot het zelf wel op te lossen. Dat ging een tijdje goed, tot het weer fout ging.
Ik zat weer in de spreekkamer bij de huisarts. Dit maal werd ik doorverwezen naar de GGZ.

De intake bij de ggz jeugd ging als volgt, je word bij een willekeurige psycholoog gezet voor de intakte, dan word het besproken in een overleg, en wordt er bepaald bij welke afdeling je terecht zou komen. Die van mij was bij iemand van de autisme afdeling. “Het gaat niet altijd even goed in mijn hoofd, maar ik ben tenminste geen autist” dacht ik toen ik daar naar binnen liep.

Aan het einde van het gesprek zei ze “Heb je wel eens over autisme na gedacht?” Ik moest erg hard lachen, ik wist niks zeker op de wereld. Alleen dat ik géén autist was. Want dat had iemand gezegd die er voor gestudeerd had.

De psycholoog was het daar toch niet helemaal van overtuigt, en we besloten mij te laten onderzoeken. Na een aantal onderzoeken, ellenlange vragenlijsten en gesprekken moest ik nog een tijdje wachten op de uitslag. Ondertussen ging het steeds slechter in mijn hoofd, ik herkende mijzelf niet meer, had woede aanvallen en kon alleen maar huilen.
Ik mailde dit mijn behandelaar, en sloot de mail af met “Ik weet niet meer wat ik met mezelf aan moet, en dacht jij hebt er voor gestudeerd jij weet vast wel hoe weer gelukkig kan worden. Groetjes Zjos” Dit wist ze niet, wat ze wel wist is dat ik depressief was. Na 2 weken werd ik aan de pillen gezet, en kwam de uitslag van de onderzoeken binnen. Autisme (asperger) en ADD. Mijn wereld beeld zakte in elkaar. Alles waarvan ik dacht het te weten, ging ik aan twijfelen.

Dat ik nooit echt vrienden had, heeft in mijn hoofd nooit aan mij gelegen. De rest was te dom om mij te begrijpen. Blijkt het ineens aan mezelf te liggen.
Blijk ik de rare te zijn. Ik heb altijd de hulpverleners rol gehad thuis, blijkt het dat ik zelf de hulp nodig heb gehad.

Huilend zat ik op de bank, ik wist niet meer wat ik met mezelf en de wereld aan moest. Mijn broer kwam naast mij zitten. “Zjos” zei hij “Kijk naar mij,
ik ben ook een depressieve autist, en met mij komt het ook goed. net zoals met jou. alles komt altijd goed”. Met hem kwam het niet goed, ik heb de goede hoop dat het met mij wél goed gaat komen.

Fijn leven!